In de kijker

Spelen om te leren: Nationale Competitie van het Reservekader


Foto: Kea in actie

Een van de meest beruchte en grappige beesten ter wereld is de Kea. Deze beschermde papegaaiensoort, die zijn oorspronkelijke nest vindt op New Zealand, wordt door wetenschappers wel eens het etiket: "intelligent" opgeplakt. Dat is beslist niet verbazend, als je ziet wat deze merkwaardige vogel allemaal kan. Op You Tube kun je een hele reeks filmpjes vinden met de exploten van dit stuk ondeugd. Niet enkel is de Kea in staat om vrij complexe opstellingen te ontcijferen om aan voedsel te geraken, en is daarbij vlot in staat om samen te werken met zijn soortgenoten. Hij gaat met eindeloze nieuwsgierigheid zijn omgeving te lijf om te 'analyseren' hoe de zaken in elkaar zitten. Het beest is dus nogal berucht voor zijn afbraakwerk. Onbeschermde auto's worden vakkundig van alle rubber en aanverwante zachte materialen ontdaan. De Kea is vanuit dat standpunt bekeken wel een beetje een vandaal. Maar zijn speelse ingesteldheid leidt wel tot een ongebruikelijke scherpzinnigheid bij het oplossen van problemen; en dat zijn we van vogels niet echt gewoon.


foto: Nat.Comp.2011: Het 'Brugse' simulatieteam maakt de zaken 'net echt'

Het kenmerk dat de Kea deelt met de hogere soorten (op de evolutionaire schaal), is de aandacht voor 'spelen'. Bijna alle jonge diersoorten engageren in spel, om op die manier te leren omgaan met de noodzakelijkheden des levens. Bij de meesten vermindert deze speelse benadering van de realiteit bij het ouder worden. Sommige soorten, meestal diegenen die we een zekere intelligentie toeschrijven, blijven levenslang "spelen om te leren". Vanuit die optiek bekeken lijkt de Kea dus op onze eigen soort.
Wij hebben natuurlijk een meer indrukwekkende woordkeuze als het over spelend leren gaat. De pedagogie (andragogie bij volwassenen) hecht grote waarde aan 'simulatie' als leermiddel voor het ontwikkelen van professionele vaardigheden. Het is nog een beetje spel, maar met een flinke vleug realiteit. En,... anders dan in de realiteit is er marge voor foutjes. Even 'resetten' en het spel kan opnieuw beginnen.



foto: Nat.Comp. 2011: de toewijding van de simulant, levert een belangrijke bijdrage aan de leeropportuniteit


Simulatie is dus uiterst geschikt voor het oefenen en testen van competenties die onder normale condities (levens)gevaarlijke gevolgen kunnen hebben. Binnen domeinen waar het soms om leven en dood gaat (of toch om menselijk leed), zoals binnen de geneeskunde en aanverwanten, behoren simulatieoefeningen tot het vaste opleidingspakket. Om de opportuniteit te zien die deze techniek kan bijbrengen in het militaire milieu, is geen grote inspanning nodig. Binnen de militaire context wordt dit principe trouwens vrij frequent toegepast. Ieder van ons herinnert zich de CBRN -simulatie nog wel, die deel uitmaakte van de basisopleiding. Of, een golden oldy bij de Reserve, wie heeft er al niet voor 'plastron' gespeeld in diverse ramp en conflictsimulaties?


Het simuleren maakt standvastig deel uit van de traditie binnen Defensie. Dus mag dat ook een plaatsje krijgen binnen de Nationale Competitie van de Reservekaders.  De proef van de Medische Component, levert daar graag zijn aandeel bij. Hoe het er vóór 2010 uitzag, weet ik niet. Maar sinds dat jaar heb ik een bescheiden bijdrage mogen leveren aan dit grootse opzet. Hierbij kan ik zowel mijn militaire, mijn medische, alsook mijn onderwijskant voluit laten gaan. Een gedroomde kans om mij van al mijn beste kanten te laten zien 

Foto: Nat.Comp.2011: even poseren met de Poolse competitoren

Voor de edities van 2010 en 2011, mochten we de gastvrijheid proeven van de luchtcomponent. Dit jaar waren we te gast in het Kamp van Elsenborn. Een site die wellicht geen extra voorstelling behoeft, want iedereen die een beetje militaire ervaring heeft, is er wel al eens geweest. Voor een Westvlaming is het natuurlijk wel een flink eindje bollen, maar dat is de ervaring ruimschoots waard. Mijn competitiedagje nam aanvang om 03.30h, met een douche en een reuzekop koffie. Daarna een uurtje of drie de weg op, om het Kamp te betreden rond 07.40h. De meest opvallende observatie tijdens deze verplaatsing was wel de verandering in de weersomstandigheden. Vertrokken in gietende regen, werd ik in het Kamp begroet met open hemel en een zonovergoten landschap. Elsenborn staat wel bekend om zijn extreme weersomstandigheden, en dat heb ik aan de lijve mogen ondevinden. Het is niet makkelijk om aan de collega's op het werk uit te leggen hoe je aan een roodverbrande kop komt, terwijl het de hele week heeft geregend.

foto: Nat.Comp. 2012: de ploeg van de Proef Medische Component maakt zich klaar voor de eerste slachtoffers

De groep organisatoren die de medische proef onder zijn hoede neemt, bestaat al 3 jaar uit dezelfde mensen. Veel introductie is er dus niet nodig. We kennen elkaars competentie, en het kost geen moeite om de noodzakelijke rollen in te vullen. Hierbij vervaagt heel snel het militiare protocol, en wordt de communicatie op voornaambasis gevoerd. Dat is wel handig, aangezien ons ploegje meerdere kolonels telt.
Bijzonder opvallend, dit jaar, is wel de omvang van onze logistieke steun. Waar we bij vorige edities al eens beroep moesten doen op de fantasie van de deelnemers, omdat een stok ook een geweer kon zijn, krijgen we dit jaar alles wat ons hartje verlangt. Er zijn simulatiemijnen, granaten, FNC's, een unimog, ... Super, gewoon! Daarbij komt nog dat onze (BV) chauffeur spontaan bereid is om een gastrolletje als slachtoffer mee te spelen. Hij gelooft in de waarde van dit soort oefeningen. Dat levert nog een
extra stukje motivatie om ons beste beentje voor te zetten (in mijn geval, een 'gebroken' beentje).

foto: Nat.Comp. 2012: groepsfoto met de medewerkers van de proef Medische Component

Wie als deelnemer de standen doorloopt, krijgt  een gevarieerd aanbod van onderwerpen en uitdagingen voorgeschoteld. Voor de bezetting van één stand, bestaat de dag uit een eindeloze herhaling van hetzelfde scenario. Natuurlijk is het wel boeiend om te zien hoe de verschillende ploegen, elk op hun manier, de aangeboden probleemsituatie aanpakken. Soms is er een duidelijke 'chain of command', terwijl anderen vooral vertrouwen op de individuele bekwaamheid. Er worden goeide oplossingen gevonden, of de zaak loopt in de soep. Hoe dan ook, inclusief het gebruikelijke vleugje humor, leveren alle deelnemers een enthousiaste en ernstige inspanning. De wil om iets bij te leren is overduidelijk aanwezig. Dit stukje van de oefening wordt ook systematisch afgesloten met een kort feedbackgesprek, wat de competitoren helpt om hun eigen performantie te beoordelen. Ondertussen doen wij ons best om onze rollen met evenveel overtuiging neer te zetten.

Deelnemen aan zo'n oefening, betekent wel een flinke investering van tijd en energie. Als ik mijn dag beëindig, en met een dikke laag Nivea-crème op mijn verbrande kruin het bed induik, ben ik 23 uur 'op' geweest. Is dat het waard?

Hoewel ik mijn inzet voor deze dag niet echt als een ontbering zie, kom het toch aan als een beproeving voor het doorzettingsvermogen. Dat is een begrip dat ik altijd al heb gerelateerd aan mijn militaire engagement, waar wel vaker 'grenzen' worden getest en verlegd. Dat vormt precies een essentieel stukje van de uitdaging. Over het concept van de Nieuwe Reserve wordt wel eens geklaagd, omdat het toepassen van reeds beheerste burgercompetenties in een militair kader geen aantrekkingskracht zou hebben. Daar zit zonder twijfel een element van waarheid in, maar veel hangt af van de mate waarin de reeds verworven bekwaamheid geïntegreerd kan worden. Zo zou het mij weinig boeien om als verpleegkundige in een militair hospitaal te werken, waar bijvoorbeeld sportletsels worden verzorgd die even goed in een burgerlijke instelling terecht kunnen. Ook lesgeven aan militairen heeft niet zo veel aantrekkingskracht, want die zitten in mijn burgerjob ook al in de klas. Maar het wordt wel interessant als er iets 'op maat' verwacht wordt, dat beroep doet op mijn competenties, maar toch een originele benadering vraagt. Daar wil ik wel een inspanning voor doen. En als dat daarbij nog op zoveel waardering kan rekenen zoals bij deze Nationale Competitie, dan doe ik dat zelfs met een glimlach.

Foto: De voorzitters van de Brugse Reservisten poseren in het uitgstrekte landschap van Kamp Elsenborn

Nog belangrijker! Zoals de Amerikanen het plegen te zeggen: "There is no I in TEAM". Het is plezant om eens te pronken met onze eigen kunsten, maar dat is niet het sterkste motief om mee te doen. Vooral het feit dat de Ploeg mij heeft gevraagd om af te komen, heeft de doorslag gegeven. Daar zit, volgens mij, de kern van het Reservist zijn. We doen het voor de groep! En daar willen we zelfs wat voor afzien. Als dit element van 'solidariteit' ooit zou verdwijnen uit de Reservistencultuur, denk ik dat het hele zaakje geen kans meer heeft op overleven. Gelukkig is dat nog lang niet aan de orde, als ik de sfeer goed heb ingeschat tijdens dit nationale evenement. Het lijkt mij trouwens geen 'toeval' dat de beide Brugse Reservistenvoorzitters hierbij aanwezig waren om de handen uit de mouwen te steken. Voor wie het nog niet wist, collega Stefaan Vergaerde is de Brugse ondervoorzitter van de GROWvl. De Brugse voorzitters hebben zich dus zeker niet 'vanachter' laten zetten tijdens deze competitie. Het zou mij zelfs verbazen als er nog Reservisten zijn in dit land die ons nu niet kennen.

à la prochaine,

Vz@roo-west.be

PS: zelfs in het Duitse landsgedeelte krijgen we belangstelling van de pers (met foto's).