Pro patria mori

Uniebrug herdenking, zaterdag 18 oktober 2025


De Romeinse dichter Horatius (65 - 8v.C.) zou de oorspronkelijke auteur zijn van de uitspraak: "Dulce et decorum est pro patria mori." (Het is zoet en eervol om voor het vaderland te sterven). Zijn tekst is de eeuwigheid ingegaan als betekenisvol en heeft regelmatig een plekje gevonden op diverse graven en monumenten. Persoonlijk denk ik dat het troost kan brengen aan nabestaanden om zingeving te krijgen voor het verlies van hun naasten. Dat is geen ongewoon fenomeen. Maar toch, wat een eeuwenoude dichter in poëtische vervoering neerschrijft zal hoogstwaarschijnlijk erg weinig betekenis of begrip gevonden hebben in de ogen van de soldaat in de loopgraven. Die heeft immers geen ambitie om te sterven, en de dood is onder oorlogscondities geen ding van schoonheid (moet je mij als medic niet uitleggen). Helaas is het een deel van de realiteit dat onlosmakelijk verbonden is met gewapende strijd.

Als soldaten sneuvelen, dan lijkt het mij toch noodzakelijk dat de rest van de samenleving hun offer niet vergeet. Onze huidige maatschappij is immers gebouwd op haar geschiedenis, waarbij ook de beslissing om mensen in te zetten als soldaten bij de fundamenten behoort.

Sinds het einde van de koude oorlog (1989) is het begrip 'oorlog' in onze westerse wereld een soort abstractie geworden (van realiteit ontdaan). Ergens in de wereld is het wel een realiteit, maar dat is/was ver van ons bed. Tot voor kort had het hele concept eigenlijk geen echte plaats in onze comfortabele omgeving. Het woord "overleven" heeft een nieuwe betekenis gekregen in deze eigengereide samenleving, waar de strijd vooral bestaat uit het maken van dagelijkse keuzes uit een overaanbod aan consumptiemogelijkheden. De ware toedracht van leven en dood in gezamenlijke strijd, is naar de achtergrond van ons maatschappelijk bewustzijn verhuisd. Met de inval in Oekraïne is dat terug een stukje dichterbij gekomen. Oorlog en dienst voor het land zijn terug onderwerp van gesprek en interesse.

Bij reservisten ligt dit enigszins anders. Eigen aan ons engagement, gaan we toch iets anders om met begrippen als oorlog, gewapend conflict, dienst, verzet, gemeenschappelijke inzet, operaties, orders, strategie, tactiek, ... enzovoort. Dat is deel van onze leefwereld, en het maakt ons een buitenbeentje in de huidige samenleving. Dat onze politici nu proberen om het concept reservist  terug uit de mottenballen te halen en sexy te maken, past wel binnen de maatschappelijke verwachtingen. Maar, toon mij één reservist die hier geen kritische kijk/opinie bij heeft en ik geloof meteen in het bestaan van utopia. Toch zal dat ons niet tegenhouden om militaire tradities in ere te houden. 

Het woord 'eenheid' is betekenisvol en verklaart helemaal waarom we herdenkingen organiseren. Soldaten worden opgeleid om samen te werken als één-heid. Gedeeltelijk wordt dat doel bereikt door acties/handelingen te standaardiseren, wat de (samen)werking voorspelbaar maakt. Plant daarop een hiërarchische structuur om de zaak te coördineren en er ontstaat een synergetisch samenspel, waarbij de gemeenschappelijke prestatie de individuele mogelijkheden ruim gaat overtreffen. De 'eenheid' wordt meer dan de verzameling individuen.

In dit samenspel is er een continue wisselwerking tussen de identiteit van de soldaten en die van de Eenheid. Als het 7de linieregiment in oktober 1914 hardnekkig standhoudt tegen de Duitse overmacht, dan is dat zowel een verdienste van haar soldaten als van haar gezamenlijke identiteit. Dat de eenheid hiervoor een hoge onderscheiding krijgt toegekend, straalt ook af op haar manschappen.

Als wij, jaarlijks, aan de Uniebrug de verdiensten aan het 7de linieregiment (en het hele Belgsiche Leger) herdenken, dan gaat dat zowel over de eenheid als over haar soldaten. Vooral diegenen die het leven lieten in de strijd verdienen onze aandacht en respect. Omdat zij gestorven zijn in hun rol van soldaat, bepaalt dit voor altijd hun betekenis voor onze geschiedenis en samenleving. Ze zijn de eeuwige soldaten van ons Belgische Leger.

Precies daarom mogen we hen niet vergeten. Ze krijgen een centrale plaats in onze herdenkingsplechtigheid. De figurant-soldaten in het originele uniform van 1914, die het monument flankeren, geven al een sfeerbeeld van de historische context. In het verhaal dat tijdens de ceremonie wordt verteld, worden twee soldaten van het 7de linieregiment voorgesteld aan de toehoorders. Twee 'gewone' jongens vol dromen en verwachtingen, die sneuvelden in de grote strijd. De bloemenhulde is ook voor hen, en allen die aan hun zijde hebben gestreden. Op de achtergrond klinkt muziek van Andre Devaere, pianist/componist, die als soldaat van het 7de gewond raakte in de omgeving van Sint-Joris en hieraan later overleed.

De plechtigheid verloopt formeel en helemaal volgens de regels van de kunst, maar ook heel menselijk en essentieel. Wie ervoor openstaat kan zich hierdoor laten ontroeren. Emotie is niet misplaatst bij dit gebeuren, al vormt het waarschijnlijk een ingewikkelde cocktail (droefheid, trots, genegenheid, bewondering, medeleven, voldoening, ...).

Na een laatste betoon van respect op de site van het monument, is het tijd voor wat informele nabeschouwingen bij een opbeurend drankje. In Akkerwinde vult ons gezelschap snel alle stoelen. De ervaringen worden gedeeld en herkauwd. Ergens hoop ik dat er op zo'n moment ook iemand het glas durft te heffen op zij die er niet meer bij zijn. In het bijzonder de soldaten van het 7de linieregiment (en andere eenheden), die zonder twijfel graag de drink met ons zouden hebben gedeeld. Dan zouden ze zich waarschijnlijk meer aangesproken voelen door die andere uitspraak van de dichter Horatius: "Carpe Diem."

Ze worden niet vergeten!

Vz@roo-west